Wij geloven dat de woningcrisis niet alleen een tekort aan woningen is. Het is ook een tekort aan woningen die passen bij hoe Nederland inmiddels woont en leeft.
Dat is voor ons de kern.
We kunnen blijven praten over de Woningwet, huurregulering, subsidies, inkomensgrenzen, hypotheekrenteaftrek en de vraag hoeveel woningen er gebouwd moeten worden. En dat gesprek is belangrijk.
Maar wij willen een stap terug doen.
Waarom bouwen we eigenlijk wat we bouwen?
WHY — Waar doen we het voor?
Nederland verandert.
Onze huishoudens worden kleiner. In 2025 waren er ruim 8,4 miljoen particuliere huishoudens, waarvan bijna 3,4 miljoen uit één persoon bestonden. Daarnaast zijn er honderdduizenden eenouderhuishoudens.
Toch bouwen we nog steeds veel woningen vanuit een beeld dat vooral past bij het traditionele gezin: een ruime eengezinswoning, met een tuin, meerdere slaapkamers en steeds hogere woonlasten.
Natuurlijk blijven zulke woningen nodig.
Maar als een steeds groter deel van onze samenleving alleen woont, ouder wordt of uit een kleiner huishouden bestaat, moeten we ons afvragen of ons woningaanbod daar voldoende op aansluit.
Wij vinden van niet.
Voor ons begint goed woonbeleid daarom niet met de vraag: hoeveel woningen moeten we bouwen?
Het begint met:
Voor wie bouwen we eigenlijk?
Want een woning is geen product dat je alleen maar moet produceren. Het is de plek waar iemand zijn leven leeft.
HOW — Hoe zouden we het anders kunnen doen?
Wij geloven dat we veel meer moeten bouwen vanuit de mens en zijn levensfase, in plaats van vanuit bestaande bouwconcepten en financiële modellen.
Dat betekent niet dat alles klein moet worden.
Het betekent wel dat we veel bewuster moeten kijken naar verschillende woonbehoeften.
Kleinere en betaalbare woningen voor alleenstaanden en starters. Levensloopbestendige woningen voor ouderen. Ruimte voor gezinnen waar dat nodig is. En vooral: wijken waarin verschillende woonvormen en levensfasen elkaar kunnen versterken.
Denk bijvoorbeeld aan hofjes, kleinschalige woonclusters en vormen van gemeenschappelijk wonen. Niet het bejaardenhuis van vroeger, maar een moderne variant waarin mensen zelfstandig wonen en tegelijkertijd gemakkelijk anderen kunnen ontmoeten.
Dat kan niet alleen woningen betaalbaarder maken, maar ook bijdragen aan doorstroming en minder eenzaamheid.
Een oudere die verhuist naar een passende woning laat mogelijk een grote eengezinswoning achter. Een gezin kan daar vervolgens wonen.
Zo kan één passende woning méér beweging op de woningmarkt veroorzaken dan alleen één extra woning.
WHAT — Wat betekent dat concreet?
Voor ons betekent het dat we anders moeten gaan bouwen.
Niet automatisch groter, maar slimmer.
Niet automatisch zoveel mogelijk vierkante meters, maar zoveel mogelijk woonkwaliteit per vierkante meter.
Niet alleen kijken naar de verkoopprijs of huurprijs van vandaag, maar naar de totale woonlasten en de bruikbaarheid van een woning gedurende tientallen jaren.
En daar hoort ook een andere blik op regelgeving bij.
Sinds 2024 hebben we de Wet betaalbare huur. Sinds 1 juli 2026 heeft de overheid met de Wet versterking regie volkshuisvesting bovendien meer mogelijkheden gekregen om te sturen op woningbouw.
Meer regie kan nodig zijn.
Maar meer regels zijn niet automatisch beter.
We moeten voorkomen dat we een steeds ingewikkelder systeem bouwen van subsidies, toeslagen, inkomensgrenzen, huurregels en fiscale voordelen, terwijl het uiteindelijke doel uit beeld raakt.
Het doel zou simpel moeten zijn: mensen moeten een passende woning kunnen vinden die zij kunnen betalen.
Daarvoor is misschien niet alleen een nieuwe regel nodig, maar soms juist het lef om bestaande regels opnieuw tegen het licht te houden.
Misschien moeten we terug naar de basis
Wij zijn geen beleidsmakers. Wij zijn een bouwbedrijf.
Maar juist daarom vinden wij dat we hierover iets mogen zeggen.
Wij staan dagelijks met onze voeten in de praktijk. We zien wat grondprijzen, bouwkosten, regelgeving en rendement betekenen voor wat uiteindelijk wel of niet gebouwd kan worden.
En we zien tegelijkertijd de mensen die op zoek zijn naar een woning.
Daarom geloven wij dat het tijd is om de discussie om te draaien.
Niet:
“Hoe krijgen we deze regels passend bij wat we nu bouwen?”
Maar:
“Hoe zorgen we ervoor dat wat we bouwen past bij de samenleving van morgen?”
Dat vraagt misschien om een andere kijk op de woningwet.
Misschien om een eenvoudiger belasting- en subsidiestelsel.
Misschien om meer ruimte voor nieuwe woonvormen.
Maar bovenal vraagt het om een andere manier van denken.
Eerst de Why.
Waarom bouwen we?
Omdat mensen een plek nodig hebben om te wonen, leven, ouder te worden en samen te zijn.
Dan de How.
Door woningen en wijken te maken die aansluiten bij de samenleving zoals die werkelijk is.
En pas daarna de What.
De woningen, wijken en regels die daarbij horen.
Misschien bouwen we dan niet alleen méér woningen.
Misschien bouwen we eindelijk de juiste woningen.
Dat is wat ons betreft de discussie die we vandaag zouden moeten voeren.